Bij gedwongen interventies begint verandering zelden bij motivatie.
Iemand heeft niet zelf om de interventie gevraagd. Er zijn consequenties verbonden aan niet deelnemen en de eerste motivatie is daarmee vooral extern: ik ben hier omdat het moet.
Weerstand is dan niet vreemd. Weerstand hoort vaak bij het vertrekpunt.
De interessante vraag is wat je daar als trainer mee doet.
Je kunt tegenover iemand gaan staan en proberen de weerstand te doorbreken. Uitleggen waarom iets fout is, corrigeren, overtuigen. Maar daarmee ontstaat gemakkelijk een strijd waarin de één harder gaat duwen en de ander harder gaat terugduwen.
Ik kies liever voor verbinding.
Naast iemand gaan staan betekent voor mij niet met alles meegaan. Het betekent nieuwsgierig zijn naar wat er achter weerstand zit, zonder daar direct een oordeel over te hebben. Luisteren voordat je iets wilt veranderen. Begrijpen welke functie gedrag heeft en erkennen dat gedrag vaak óók iets oplevert.
Maar verbinding zonder begrenzing wordt vrijblijvend.
Dus naast iemand staan betekent óók durven begrenzen. Benoemen wat je ziet. Niet meegaan in het afschuiven van verantwoordelijkheid. Een opvatting ter discussie durven stellen. Confronteren wanneer dat nodig is. En steeds teruggaan naar de vraag: wat levert dit gedrag je op, wat kost het je en wegen die voordelen nog op tegen de nadelen en consequenties?
De balans zit voor mij precies daar: zacht genoeg op de relatie om naast iemand te kunnen blijven staan, en stevig genoeg op de inhoud om niet om het gedrag heen te bewegen.
Dat vraagt van een trainer dat je niet zelf in de weerstand schiet. Dat je de strijd eruit kunt halen zonder je grenzen los te laten. Dat je iemand serieus neemt zonder alles goed te keuren. En dat je niet vóór iemand bepaalt wat de conclusie moet zijn, maar een gesprek creëert waarin iemand bereid raakt die conclusie zelf te onderzoeken.
De opzet van de training ondersteunt dat: kennis en informatie, opdrachten, reflectie op het eigen gedrag, uitwisseling binnen de groep, verschillende perspectieven en het vertalen daarvan naar concrete keuzes. Deelnemers benoemen juist het open gesprek en de interactie als waardevol.
En opvallend genoeg komen in de anonieme evaluaties precies die twee kanten van het trainerschap terug.
Aan de ene kant: niet-oordelend, rustig, luisteren, toegankelijk en een veilige omgeving creëren. Aan de andere kant: duidelijk, scherp, oplettend, feedback geven, prikkelen en mensen hun gedrag onder de loep laten nemen.
Dat is voor mij waar verbinding binnen een gedwongen kader interessant wordt.
Niet tegenover iemand gaan staan om weerstand te breken, maar naast iemand gaan staan om die weerstand te kunnen onderzoeken — zonder je professionele positie, grenzen of scherpte te verliezen.
Dan kan ‘jij wilt dat ik verander’ verschuiven naar ‘ik wil zelf onderzoeken of dit gedrag mij nog brengt wat ik dacht dat het mij bracht’.
Je kunt iemand verplichten aanwezig te zijn. Je kunt niet afdwingen dat iemand iets van je aanneemt.
Je hoeft niet vrijwillig binnen te komen om uiteindelijk vrijwillig iets te veranderen.
