
Weerbaarheid: meer dan sterk zijn en doorzetten
Hoe weerbaar zijn we eigenlijk?
Die vraag stond centraal tijdens de docentenworkshop binnen het landelijke programma Sport en Defensie Maken Weerbaar.
Is weerbaarheid doorzetten wanneer het moeilijk wordt? Grenzen verleggen? Niet opgeven? Voor jezelf kunnen opkomen?
Ja. Maar voor mij begint het interessante gesprek eigenlijk pas daarna.
Tijdens mijn gastsprekeroptredens vertel ik daarom niet alleen over weerbaarheid. Ik gebruik ook mijn eigen verhaal om het gesprek open te breken. Ik stel vragen, deelnemers reageren, we onderzoeken ervaringen en overtuigingen en verbinden die aan de verschillende kanten van weerbaarheid.
Want hoe meer ik in mijn werk én mijn eigen leven met dit thema te maken heb gekregen, hoe minder ik geloof in één definitie van ‘sterk zijn’.
Ik dacht dat ik behoorlijk weerbaar was
Ik ben opgegroeid met sport, discipline, verantwoordelijkheid nemen, doorgaan wanneer iets moeilijk wordt en vertrouwen op wat je kunt.
Later kwam ik terecht in het strafrecht en de forensische context. Ik werkte jarenlang met gedrag en gedragsverandering, ook binnen complexe casuïstiek. In andere projecten gebruikte ik sport en fysieke uitdaging juist als middel om mensen te laten ervaren wat er gebeurt wanneer iets moeilijk wordt.
Doorzetten, analyseren, handelen onder druk, verantwoordelijkheid nemen: het zijn kwaliteiten die mij zowel persoonlijk als professioneel veel hebben gebracht.
En toch heb ik in mijn eigen leven ervaren dat je in situaties terecht kunt komen waarin juist dát niet genoeg is.
Dat vind ik belangrijk om tijdens een workshop ook te durven zeggen.
Want een weerbare opvoeding maakt je niet onkwetsbaar.
Kennis over gedrag maakt je niet immuun voor wat het leven met je kan doen.
En sterk zijn betekent niet dat je altijd alles zelf moet kunnen dragen.
Sterker nog: soms kan de eigenschap die je jarenlang heeft geholpen – doorgaan – situaties nodeloos vergergerd wanneer stoppen, een grens stellen of hulp toelaten eigenlijk nodig is.
Daar ontstaat een andere vraag:
Wat is weerbaarheid als sterk zijn alleen niet genoeg is?
Kwetsbaarheid
We praten over fysieke, mentale en sociale weerbaarheid. Over grenzen herkennen en aangeven, omgaan met spanning en tegenslag, samenwerken, verantwoordelijkheid nemen, vertrouwen en herstellen.
Maar ook over kwetsbaarheid.
Dat woord lijkt soms haaks te staan op weerbaarheid.
Ik denk inmiddels dat het erbij hoort.
Kunnen erkennen dat iets je raakt. Dat je bang bent. Dat je iets niet weet. Dat je een grens hebt bereikt. Dat je iemand anders nodig hebt.
Daar is soms méér moed voor nodig dan simpelweg doorgaan.
Weerbaarheid betekent voor mij daarom niet dat je steeds minder kwetsbaar wordt. Het betekent dat je steeds meer manieren ontwikkelt om met die kwetsbaarheid, spanning en onzekerheid om te gaan.
Soms is dat volhouden. Soms stoppen.
Soms zelf handelen. Soms hulp toelaten.
Soms voor jezelf opkomen. Soms je eigen overtuiging durven onderzoeken.
Weerbaarheid is contextafhankelijk.
Context
Mijn jaren in het strafrecht, de forensische context en complexe casuïstiek hebben mijn kijk daarop sterk beïnvloed.
Ik heb geleerd voorzichtig te zijn met uitspraken over wat iemand zou moeten kunnen.
Gedrag dat van buitenaf onlogisch, passief of onwenselijk lijkt, kan binnen iemands geschiedenis en omstandigheden nodig zijn geweest figuurlijk of letterlijk te overleven . Anderzijds kan gedrag dat ooit functioneel was, in een andere omgeving/context problemen veroorzaken.
Maar vooral heb ik decenia mogen ervaren hoeveel mensen kunnen ontwikkelen wanneer we niet alleen kijken naar wat er misgaat, maar naar wat iemand nodig heeft om andere mogelijkheden te ontwikkelen.
Dat neem ik mee in verschillende projecten waarin ik werk met gedrag, sport, weerbaarheid en ontwikkeling.
Of ik nu voor een groep jongeren, professionals, mensen met complexe problematiek of deelnemers aan een fysieke training sta: uiteindelijk ben ik steeds nieuwsgierig naar hetzelfde.
Wat gebeurt er met mensen wanneer er iets van hen gevraagd wordt?
Van praten naar ervaren
Daarom blijft het tijdens mijn workshops niet bij een gesprek.
Wanneer mensen samen iets moeten oplossen, afhankelijk worden van elkaar of iets niet meteen lukt, zie je ineens gedrag.
Wie neemt de leiding? Wie trekt zich terug? Wie blijft doorgaan? Wie vraagt hulp? Wie wil controle houden? Wie durft te vertrouwen?
Niet om daar onmiddellijk een oordeel over te hebben.
Maar om daarna te kunnen vragen:
Wat gebeurde er met jou?
Wat deed je automatisch? Wat hielp? Wat had je nodig? Welke invloed hadden de anderen op jou? En zou jouw reactie in een andere situatie ook effectief zijn?
Een oefening wordt daarmee een spiegel.
En die spiegel is niet alleen bedoeld voor jongeren.
Hoe weerbaar zijn wij als volwassenen?
Want wanneer we jongeren willen leren weerbaar te worden, moeten we ook naar hun omgeving kijken.
Een jongere in ontwikkeling heeft iets anders nodig dan een volwassene. Zelfsturing, emotieregulatie, vooruitdenken en verantwoordelijkheid dragen zijn nog volop in ontwikkeling.
Ze hebben ruimte nodig om te proberen, fouten te maken, verantwoordelijkheid te oefenen en te ontdekken wat ze zelf kunnen.
Maar ze hebben óók volwassenen nodig die veiligheid bieden, begrenzen en ondersteunen.
En daar komt onze eigen weerbaarheid ineens in beeld.
We vertellen jongeren dat ze grenzen moeten aangeven.
Maar hoe reageren wij wanneer hun nee ons niet uitkomt?
We willen dat ze zelfstandig leren denken.
Maar kunnen wij verdragen dat ze vervolgens anders denken dan wij?
We zeggen dat fouten maken mag.
Maar kunnen wij onze eigen fouten erkennen?
We verwachten dat zij hulp vragen.
Maar laten wij zelf zien dat kwetsbaarheid en hulp vragen bij het leven horen?
We willen dat ze verantwoordelijkheid nemen.
Maar durven wij verantwoordelijkheid uit handen te geven?
Jongeren leren niet alleen van wat wij zeggen.
Ze kijken naar wie wij zijn wanneer het spannend wordt.
Van het individu naar een weerbare samenleving
En misschien is die vraag op dit moment wel groter dan onze opvoeding, school of sportvereniging.
We spreken over weerbare jongeren, weerbare gemeenschappen, een weerbare samenleving en een weerbaar land.
Kijk naar de wereld om ons heen en het is niet moeilijk te begrijpen waarom.
Een weerbare samenleving ontstaat niet alleen door mensen voor te bereiden op dreiging of crisis.
Weerbaarheid wordt ook zichtbaar in hoe wij ons gedragen wanneer spanning toeneemt.
Kunnen we verschil verdragen zonder elkaar tot tegenstanders te maken?
Kunnen we in een tijd van polarisatie luisteren naar iemand met wie we het fundamenteel oneens zijn?
Kunnen we onzekerheid verdragen?
Kunnen we voor onze overtuigingen staan zonder de ander te ontmenselijken?
Blijven we verantwoordelijkheid voelen voor mensen buiten onze eigen groep?
En durven we soms te zeggen: misschien heb ik het niet helemaal bij het juiste eind?
Een weerbare gemeenschap heeft individuen nodig die zelfstandig kunnen staan, maar ook verbinding kunnen aangaan.
Die zichzelf kunnen beschermen, maar niet voor alles wat anders is.
Die verantwoordelijkheid nemen voor zichzelf én beseffen dat hun gedrag invloed heeft op anderen.
En dan kom ik weer terug bij mezelf
Dat vind ik misschien wel het mooiste én ongemakkelijkste aan werken met weerbaarheid.
Je kunt er niet alleen les in geven.
Het onderwerp stelt ook vragen aan degene die ervoor staat.
Hoe reageer ík wanneer iets mij raakt?
Wanneer iemand mijn grens overgaat?
Wanneer ik geen controle heb?
Wanneer ik een fout maak?
Wanneer ik hulp nodig heb?
Wanneer iemand anders naar de wereld kijkt dan ik?
Mijn werkervaring geeft mij kennis en vaardigheden. Mijn opvoeding heeft mij een stevige basis gegeven. Mijn eigen ervaringen hebben me geleerd dat ook die basis grenzen heeft.
En misschien heeft juist die combinatie mijn kijk op weerbaarheid het meest veranderd.
Niet: hoe zorg ik dat niets mij omver krijgt?
Maar: wat doe ik wanneer het leven dat toch een keer doet?
Weerbaarheid is trainbaar — maar nooit af
Weerbaarheid is geen vaststaande eigenschap die je wel of niet bezit.
We kunnen vaardigheden trainen. Ons gedrag leren herkennen. Grenzen leren voelen en aangeven. Hulp leren toelaten. Verantwoordelijkheid nemen. Vertrouwen. Herstellen. Andere keuzes leren maken.
Weerbaarheid is trainbaar.
Maar nooit af.
Omdat wij veranderen. Onze omgeving verandert. De wereld verandert. En iedere nieuwe context opnieuw iets anders van ons kan vragen.
Dat geldt voor het kind dat nog volop in ontwikkeling is.
Voor de professional die dat kind begeleidt.
Voor mij.
En uiteindelijk voor ons allemaal.
Misschien begint een weerbare samenleving daarom niet met de vraag hoe we anderen weerbaarder maken.
Maar met de vraag:
Hoe weerbaar ben ik zelf — en wat draag ik met mijn gedrag bij aan de weerbaarheid van de mensen om mij heen?
